[09 Mar 09] :: Van de Malediven naar Jemen, 14 februari - 10 maart 2009
Ja, ja, we gaan op weg richting het beruchte piratengebied in de Golf van Aden. We vertrekken samen met vier andere boten van de Malediven met de intentie elkaar te ontmoeten op een punt, zo'n 150 mijl voor de ingang van de "corridoor" en vanaf dat punt varen we in konvooi, met een maximale afstand van 0.5 mijl, bij elkaar richting Jemen. Het komt goed en wij hebben, met ons konvooi, de communicatie- en alarmprocedures doorgenomen. We zijn er klaar voor.

We varen met een leuke gezellige club op en we kennen deze lui al geruime tijd, sinds de Carrib of sommige sinds de Pacific.
(HelenKate (2 Noren), Afriki (Canadees nu met Zuid Afrikaanse bemanningslid), Risho Maru (3 Oostenrijkers, incl. een zoontje van 9 welke Marijn aanziet als zijn grote broer) en Kika (een Engelse solozeiler)).
Onze eerste bestemming is Al Mukallah in Jemen, alwaar we een paar dagen zullen blijven en daarna gaan we door naar Aden, 260 mijl verderop richting het Westen.
Al Mukallah ligt al in de golf van Aden, maar het meest risicovolle traject is van Al Mukallah naar Aden. Wij hebben ons, met name vooraf, best veel zorgen gemaakt gezien het daar momenteel gewoon oorlog is.
Het stikt er van de oorlogsschepen, de piraten gaan nog steeds hun gang en ze beginnen al op elkaar te schieten.
Weliswaar worden er momenteel (en we zijn er zelfs getuige van via de radio) overvallen voorkomen en piraten gearresteerd.
Daarom denken wij nu maar zo; waarschijnlijk is dit jaar het beste jaar om dit traject af te leggen.
Er is door de UN, in samenwerking met de Jemense & Dubai coast guard een van behoorlijk formaat aan beveiliging van samenwerkende oorlogsschepen, vliegtuigen, helikopters, communicatie- en alarmcentrales opgezet.
Er is een corridoor gedefinieerd en dit is een door oorlogsschepen beveiligde vaarroute welke dwars door het piratengebied en dus
de Golf van Aden loopt. Uit informatie die we doorkrijgen van andere boten is het een drukke bedoeling van scheepvaart en heftige communicatie heen en weer tussen de beroepsvaart en de "coalition warships" die met raad en ook daad bijstaan wanneer een schip zich bedreigd voelt. Het is overduidelijk dat de piraten uit zijn op de big bugs en dus afgaan op de beroepsvaart en niet op die kleine prutserige zeilbootjes.

Wanneer we in piratenland varen stijgt de spanning bij ons en ook, duidelijk hoorbaar op de radio, bij de beroepsvaart. We horen een vrachtschip de "coalition warships" oproepen nadat hij zijn navigatie lichten had uitgedaan, terwijl hij nog wel met 15 tot 20 knopen vooruit gaat, en zichzelf onzichtbaar maakt. Jasper roept dit schip op via de radio en krijgt na een aantal keren eindelijk een reactie. De kapitein ziet 5 samen varende boten naast hem en verdenkt deze boten van piraterij. Guess what? Deze 5 bootjes zijn wij. Iedereen is bang voor iedereen hier zo.
We passen ons plan aan en varen langs de ingang van de corridoor en trekken zo snel mogelijk richting de kustlijn van Jemen om vervolgens dicht langs de kust naar Al Mukallah te varen. In de corridoor is het namelijk erg druk met de scheepsvaart en we hebben al meerdere vrachtschepen betrapt, of gezien op radar of op onze AIS (Automatic Identification System) dat ze wel bij ons in de buurt varen maar zonder lichten, uit veiligheid om dus niet gezien te worden door de piraten. Dat jaagt ons de
stuipen op het lijf aangezien onze kans groter is overvaren te worden door een tanker dan aangevallen te worden door een piraat. Langs de kust zijn wij ver weg van het doelgebied en kunnen we in kontakt blijven met de Jemense Coast Guard.
Onderweg van de corridoor naar de kust komen we een grotere
vissersboot tegen welke 3 speedbootjes sleept. Natuurlijk zijn we allemaal paraat en varen we met onze 5 bootjes dicht bij elkaar om een front te vormen. Zoals wij begrijpen werken de piraten vanaf een moederschip (voornamelijk vissersboten) en vallen de vrachtschepen aan met speedboten waarop 600 pk aan motoren zitten. Deze vissersboot vaart lekker door en veranderd nog niet van koers wanneer we dichter bij elkaar in de buurt komen. Mooi! De laatste 300 mijl varen we langs de kust van Jemen en bij een in kaart gebrachte ondiepte willen we even een korte stop maken om te speervissen. Daar worden we opgewacht door zo'n 100 lokale vissersbootjes. Jonge, jonge, wat een onthaal. We hebben allemaal wel 5 of 6 van die kleine houten bootjes die tegen je boot aanbotsen, allemaal even enthousiast en elke woordje engels wat ze kunnen uitspreken laten ze horen. Allemaal lachen en voor een fles water of wat blikjes cola worden flinke tonijnen geruild. Een paar gasten stappen bij ons achter op het zwemplatform om even een praatje en een kijkje te komen nemen. Echt zo'n lieve lui. Het is wel een beetje intensief dus na een uurtje houden we het voor gezien. Die nacht, zo'n 50 mijl voor Al Mukallah, komen er 2 speedboten met grote lichten afvaren op Rischo Maru. Ze schreeuwen wat in het Arabisch, dragen van die geruite sjaals om hun hoofd, uzi's de lucht in, en ze circuleren om hen heen. Wij varen naar Rischo Maru en Jasper schijnt ook met lampen op hen en zag op een bootje duidelijk "military" staan. Poeh...dat was even schrikken. De volgende dag horen we dat we langs een olieopslagplaats voeren welke door het leger beveiligd wordt. Welcome to the Middle East. De volgende ochtend vroeg ankeren we in Al Mukallah. Het is een droog berg- en rotsachtig landschap, hoge witte huizen op de voorgrond en elke 50 meter schiet er een toren van een moskee de lucht in.
Wanneer we de kant op gaan is hebben we met een vergelijkbare cultuurshock te maken als toen we vanuit Australie aankwamen op Timor, Indonesie.
We zijn in een kompleet andere wereld terecht gekomen.
Ik kan me nog goed herinneren dat ik zo'n 15 jaar geleden of zo, een vrouw in zwarte burka zag lopen in Nederland en dat werkelijk waar iedereen, vol verbazing, naar haar keek. Het viel zo enorm op. Hier is de ervaring
precies andersom. Hier ben ik de enige vrouw op straat zonder burka, allemaal zwart, en iedereen kijkt naar mij.
De mensen zijn ontzettend aardig en spontaan en willen graag kontakt maken. Jemen is een heel arm land en ik heb ook nog nooit zoveel bedelaars gezien, ook heel veel bedelende kinderen. Het is een puinhoop op straat, overal ligt afval, plastic flessen en zakken, brakke huizen en brakke auto's,
en de sfeer is uniek. Op elke hoek van de straat is een koffie- en theehuis waar alleen mannen samen zitten om thee te drinken en name over politiek discussieren. In de vele restaurantjes zie je alleen mannen samen eten. Er is een afgesloten gedeelte of een bovenverdieping waar getrouwde stellen eten en waar de vrouw wel haar sluier voor haar gezicht weghaalt maar alleen gezien wordt door andere getrouwde mannen.
We zijn in een compleet andere wereld terecht gekomen. We hebben al veel gezien maar dit nog niet, dit is echt anders, zowel de mensen, de cultuur als het landschap.
Onze inklaringsagent is een spontane jonge gast en met hem, een chauffeur en een soldaat met geladen kalashnikov (welke we naar ons idee meer uit formaliteit dan uit veiligheid verplicht mee moeten nemen) trekken we voor een paar dagen het binnenland in. Indrukwekkend.
Het landschap is droog, woestijn afgewisseld met oases vol met palmbomen en dadels. Op dit moment zijn de rivieren droog gevallen maar nog geen drie maanden geleden is de rivier overstroomd en heeft veel schade aan de natuur en infrastructuur aangericht. We rijden een tijd door een rivierbedding en vervolgens rijden we er bovenlang en dan is het plaatje vergelijkbaar met de Grand Canyon. We worden regelmatig opgehouden door militaire controlepunten en dan blijkt het heel handig dat we een soldaat bij ons hebben en we mogen dan ook snel doorrijden.
Aan de rand van een berg of midden in een oases bevinden zich kleine dorpen of steden. De huizen zijn gemaakt van klei met stro-modder stucwerk. In Shibam, het manhatten van de woestijn, zijn het 8 verdiepingen hoge gebouwen dicht op elkaar gebouwd midden in de woestijn. Ongelooflijk. De huizen zijn voorzien van dikke massief houten en bewerkte deuren. Overal lopen kamelen en geiten. We hebben naast het huis gestaan van Osama Bin Laden's vader, in een dorp waar hij les heeft gegeven voordat hij met zijn gezin naar Saudi emigreerde, bizar. We bezoeken wat oude kastelen welke meestal door rijke Saudi's zijn gerestaureerd en tot museum of hotel zijn omgebouwd. Alle vrouwen dragen zwarte burkas, als je mazzel hebt zie je hun ogen wel (vet opgemaakt) maar meestal zijn zelfs de ogen bedekt met een sluier. Af en toe zie je wat handen bewerkt met zware hennep tatoos maar de meeste dragen zwarte handschoenen. Jonge meisjes lopen in "normale" kleding op straat en als je die ziet dan moeten het waanzinnig mooie vrouwen zijn onder die burkas.
Wanneer een meisje tussen de 10 en 12 jaar is gaat ze een burka dragen.
Een man mag hier met 4 vrouwen trouwen en het proces gaat als volgt: Wanneer een man een vrouw kiest, weliswaar alleen gebaseerd op de blik in haar ogen en een paar korte en onschuldige praatjes, zal deze jongeman (zo rond de 20) haar vader vragen om haar hand. Wanneer deze de jongeman goedkeurt zal hij zijn dochter raadplegen. De dochter heeft gelukkig wel het recht de man af te wijzen. Wanneer de vrouw de man wel accepteert dan wordt er een afspraak gemaakt zodat de jongeman de vrouw bij haar thuis mag komen bekijken, zonder burka. Na deze ontmoeting mag de man alsnog het huwelijksaanbod intrekken mocht het aanschouwde een teleurstelling zijn.
Zo niet dan vindt spoedig daarop het huwelijk plaats en trekt het pasgetrouwde stel bij zijn ouders in alwaar de jonge vrouw de moeder\vrouw des huize helpt met het runnen van de huishouding. Wanneer het stel zelf kinderen krijgt gaan zij pas op zichzelf wonen.
Onze agent vertelt ons dat rijke mannen (welke meestal naar Dubai of Saudi Arabia emigreren) het meestal bij een vrouw houden en het zijn vaak de armste welke het wel brengen tot 4 huwelijken. Wanneer ik hem vraag of hij het overweegt om nog een andere vrouw te trouwen (terwijl hij net 3 maanden eerder zijn eerste vrouw is getrouwd) antwoord hij al twijfelachtig en lachend; "Ja, misschien wel over een paar jaar". Wanneer ik hem vraag of er tijd zal komen dat de vrouwen de burka inruilen voor een hoofddoekje kijkt hij mij ontzettend verbaasd aan; "No, never, it has always been like this and it will always stay like this".
We komen moe, voldaan en geheel bedekd in het zand terug op Antares. Het zand zit in onze haren, neus, longen, op onze huid en heel Antares is bedekt met zand. Je haalt een doekje over de tafel maar een uur later kun je je naam er al weer in schrijven. De lijnen, de zeilen, het dek, binnen en buiten, alles is bedekt met een bruin laagje en voor de mensen die mij goed kennen begrijpen dat ik hier echt de kriebels van krijg. Maar zo ziet Antares er de komende 2 maanden uit.

De volgende dag zeilen langs de kust en met slecht zicht (veel zand in de lucht) door naar Aden. Een uur na vertrek komen we erachter dat onze watertank leeg is en we zullen het de komende 2,5 dag dus met 20 liter water moeten doen; om te drinken, koken en douchen. Het wordt een hele comfortabel tocht, een heerlijk windje in de rug en met uitzondering van een mayday op de radio, van een boot die 600 mijl verderop werd aangevallen door piraten, komen wij nog geen andere boot tegen. Heel veilig allemaal. Bij aankomst in Aden hebben we nog 4 liter water over en dat terwijl we zelfs met zoet water hebben afgewassen. Ja, het kan allemaal best wat zuiniger met dat zoete water.
Astrid
posted on 09 Mar 09 @ 07:50 back to news