[20 May 09] :: De Rode Zee, 9 maart - 24 april 2009
Dinsdag, 9 maart, vertrekken we samen met Afriki en Risho Maru vanuit Aden, Jemen richting de Rode Zee, de schakel tussen de Indische oceaan en de Middellandse Zee. We genieten nog een laatste etmaal van de passaatwinden aangezien de Rode Zee en geheel ander spel zal bieden. De Rode Zee beloofd ons; 1200 mijl met prachtig snorkelen tussen mooi koraal en veel vissen, verlaten ankerplekjes in de woestijn, zandstormen, veel wind (Noordelijke winden - dus tegenwind voor ons), korte golven dus zeer oncomfortabele zeeen en koudere temperaturen. Zodra we in de Rode Zee zitten liggen we al een paar dagen verwaaid voor anker bij de Hanish eilanden. "Nou, begint goed", dacht ik, en ik moet bekennen dat ik al lange tijd enorm tegen dit traject heb opgezien. De windkracht 7 - 8 blijft aanhouden en na 4 dagen vertrekken we uiteindelijk toch met deze wind, weliswaar in de rug, richting de kustlijn van Eritrea. De noordelijke winden zijn dit jaar eerder ingezet en nog voordat we bij Eritrea aankomen hebben we al tegenwind maar gelukkig nog niet te veel dus met de motor bij proberen we zoveel mogelijk mijlen te maken richting Sudan. Zodra de wind en de golven ons te veel hinderen zoeken we een ankerplekje op. Dat is een groot voordeel van de Rode Zee; we varen langs de kustlijn en deze biedt enorm veel ankerplekken achter een rif of in een baai van het vaste land.
We willen zoveel mogelijk tijd nemen voor het noordelijke gedeelte van de Rode Zee, 600/700 mijl vanaf Port Sudan tot aan het Suez Kanaal, aangezien we daar echt met vette tegenwind te maken krijgen.
Het vissen is hier echt een groot feest. Dit hebben we werkelijk nog niet eerder meegemaakt. We gooien een lijn uit en binnen 10 minuten is het raak. We vissen letterlijk op bestelling. Eerst vangen we 2 haaien (met veel respect gooien we deze prachtvissen terug), dan vangen we een barracuda (nee, niet onze favoriet dus deze geven we ook netjes terug aan de zee) en uiteindelijk vangen we een wahoo (de lekkerste!). De koelkast ligt vol met tonijn en wahoo en we zijn heerlijk aan het kokkerellen. We zijn omgeven door arme landen, waarschijnlijk is hier weinig tot geen commerciele visvangst dus dit is hoe een zee op natuurlijke en gezonde wijze bewoond wordt. Wij hebben pret en hebben met Afriki en Risho Maru een competitie wie de lekkerste vissen vangt. Ian (Afriki) vangt 3 dorades binnen 2 minuten. Ze springen overal het water uit en bijten in zijn aas, de een na de ander.

Ergens halverwege Rode Zee beloven de weersvoorspellingen een krachtige wind welke langere tijd gaat aanhouden. We gaan op zoek naar een veilige ankerplek waar we uiteindelijk net op tijd ons anker in het zand trekken alvorens de harde wind ons de kleren van het lijft rukt. Het waait als een tierelier en wanneer je in de Rode Zee zeilt luidt het motto: Geduld! Dat hebben we en we wachten gewoon tot dit voorbij is. We liggen achter een atoleilandje omringd door rif. Jasper is helemaal in zijn sas want die leeft zich uit met windsurfen. Peter van Risho Maru is ook een windsurfer dus die twee staan elke ochtend en middag samen op de plank.
Het eilandje is klein, binnen 15 minuten ben je er omheen gelopen, en het stikt er van de adelaarsnesten. We lopen op nog geen halve meter langs een nest waarop een vrouwtje zit te broeden. Het mannetje hangt er boven en blijft een meter boven ons hangen en maar schreeuwen om ons weg te jagen. Ik houd Marijn stevig vast aangezien die kleine niet veel groter is dan de adelaar. Echt mooi!
Vijf dagen later is het voor een paar uurtjes rustig en zeilen we 10 mijl verder en zoeken een nieuw schuilplekje op, een inham van het vaste land van Sudan, omringd door woestijn en kamelen op het strand.
Alles heeft hier de kleur van zand; het land, de dieren, de lucht en zelfs Antares is bedekt in een laag zand. Wanneer je deze oneindig lijkende woestijn inloopt word je je opeens heel bewust van hoe groot de wereld is en hoe klein, wij als individu, zijn. Wij zijn nog kleiner dan een zandkorreltje in dit geheel. Marijn is zich totaal niet bewust van de bijzonderheid om in de woestijn tussen de wilde kamelen te lopen.
We houden de weersvoorspellingen goed in de gaten en zodra er een "window" komt hopen we wat mijlen te maken en zo snel mogelijk in Egypte te zijn. Het is al koud en het zal flink wennen worden aan de Europese temperaturen. Het is 25 graden wij dragen truien en joggingbroeken en gaan niet zonder een wetsuit aan het water in. Ian en Hugh (een Zuid Afrikaanse opstapper op Afriki, die met Ian meezeilt sinds Thailand tot aan Egypte) zijn echte rotten in het speervissen en zij zorgen op de ankerplek dat we toch nog elke dag verse vis eten. Na 10 dagen neemt de wind eindelijk af en we gaan verder naar het noorden met als bestemming Dolphin Reef, Egypte.
We lezen dat dit rif bewoond wordt door een school dolfijnen. Ongeduldig en opgewonden gaan we 's morgens vroeg ons bed uit, wetsuit aan en springen in de dinghy. We moeten een eindje varen met de dinghy, naar de andere kant van het rif, en daar zwemmen zeker 100 dolfijnen aan de oppervlakte, ze zwemmen rustig heen en weer langs het rif. We springen gelijk het water in en zwemmen midden in de groep met ze mee. Ze kijken ons aan, komen naar ons toe en zwemmen om ons heen en onder ons door. Wanneer je zelf naar beneden duikt, duiken ze met je mee en cirkelen om je heen. Op een gegeven moment cirkelen er 4 dolfijnen om mij heen en voor ik het in de gaten heb komt andere dolfijn met zijn buik tegen mijn buik aanliggen, met de intentie om met mij te paren. Ik schrik me rot en ga snel naar boven en niet te geloven, komt hij ook met zijn snuit boven water en kijkt mij aan alsof hij mij vraagt "he, waar ga je heen?". Ik kan niet omschrijven wat voor gevoel bezit van mij neemt, de rillingen lopen over mijn lijf en ik huil van geluk. Deze ervaring is voor ons allemaal overweldigend en een droom is werkelijkheid geworden. We blijven die dag als een veertje zweven op deze ervaring en 's avonds hebben we een hoop gein en raken we allemaal, met uitzondering van Marijn en Finn natuurlijk, aardig aangeschoten van de gin & tonic op Antares.
In Port Ghalib, Egypte, liggen we weer een dag of 5 te wachten op beter weer maar kunnen daarna in een ruk door naar Port Suez. Wow...en mijlpaal, we hebben de Rode Zee erop zitten! We hebben echt mazzel gehad, of gewoon geduld, of het is echt een klimaatverandering, of gewoon het goede seizoen. Maakt allemaal niet uit, wij zijn blij want onze tocht op de Rode Zee was echt een makkie. En dan te bedenken dat ik zo tegen dit stuk opzag, nou
blijkt maar weer dat bezorgdheid vooraf echt zinloos is. We hebben een voldaan en euforisch gevoel.
Twee dagen later worden we om 5 uur wakker gemaakt met het bericht dat we over 10 minuten gaan vertrekken, het Suez kanaal in. De loods stapt aan boord terwijl wij de dinghy nog op het dek moeten leggen. We zijn totaal niet voorbereid aangezien ons gisterenavond nog werd verteld dat we pas een dag later zouden vertrekken. Nou ja, geen probleem en een paar uur later varen de grote carcarriers en containerschepen op een paar meter afstand naast ons. Het eerste traject is 45 mijl tot aan Ismalia, ongeveer halverwege het Suez kanaal. Daar blijven we een aantal dagen om Cairo en de pyramides te bekijken, flink diesel in te slaan ($0.17/liter!) en wachten op een goed moment, qua weer, om rechtstreeks vandaar naar Griekenland te trekken. Het is nog best vroeg in het seizoen en op dit moment kan het nog behoorlijk
spoken op de Middellandse Zee. Tja..bijna op de Middellandse Zee, in de achtertuin van Nederland. We zijn ons heel bewust dat we dicht bij huis komen en zijn opgewonden en tegelijkertijd hebben we ook melancholiek gevoel.

Vier jaar geleden zijn we vanuit de Med vertrokken en nu komen we via de andere kant weer terug. We varen samen met Risho Maru en Afriki de Middellandse Zee op en hopen samen nog een keer op een eiland in Griekenland aan te komen voordat onze wegen gaan scheiden. Aangezien de omstandigheden niet echt rooskleurig zijn op onze route richting Kreta en de weersvoorspellingen nog minder beloven heeft Risho Maru koers gezet naar Turkije varen we samen met Ian (Afriki) naar Kreta. Jonge, jonge, dat was een verdrietig afscheid van Risho Maru. We kennen Ian van Afriki (Canadase solozeiler) en Risho Maru (een Oostenrijks gezin, met een zoontje van 9) al sinds Panama maar sinds Thailand zijn we samen gaan reizen en hebben de afgelopen maanden heel intensief met elkaar opgetrokken. Het kontakt is heel intensief omdat je elkaar dagelijks ziet, met elkaar reist, met elkaar leeft, deelt en beleefd en je ziet elkaar van veel verschillende kanten. We hebben echt zo'n fijne tijd met elkaar gehad, het was zo relaxt
en we waren zo vertrouwd met elkaar. Finn was echt als een grote broer voor Marijn en die twee hadden het ook echt heel leuk samen. We hebben met hen samen de spanning beleefd van het varen door de Golf van Aden, indrukken verwerkt tijdens de trip in het binnenland van Jemen, samen de Rode Zee doorgevaren en veel moeten wachten op beter weer en tijdens dat
wachten hebben we het echt super gezellig gehad samen. Peter is echt een topmuzikant en speelt veel instrumenten waaronder de gitaar echt ongelooflijk goed, Alex kan supermooi zingen, Ian speelt gitaar en zingt als Johnny Cash en we hebben heel wat avondjes samen muziek gemaakt, gezongen, koehandel gespeeld, vuurtjes op het strand gemaakt, samen gegeten en gedronken.
We wisten dat het afscheid nabij kwam aangezien wij door moeten om ergens begin juni in Marseille aan te komen en Risho Maru nog 3 maanden in de Middellandse Zee blijft rondzweren alvorens zij hun boot achterlaten in
Italie en ook na 4 jaar weer terugkeren naar hun huis in Wenen. Ian van Afriki heeft nog een behoorlijke afstand af te leggen richting Cananda maar blijft waarschijnlijk een seizoen in de Middellandse Zee. Het afscheid was behoorlijk emotioneel maar we zijn ervan overtuigd dat we elkaar weer gaan zien ergens in de toekomst, of in Wenen of in Amsterdam. Ian is gelukkig nog even bij ons en Ries en Joke staan op ons te wachten in Sitia, Kreta dus dat is weer een en al blijheid! Gaan we eens lekker genieten van de Griekse cultuur, tzatziki, feta en ouzo, "yazoo malaka".
Over ruim een maand hopen we in Port Saint Louis aan te komen en daarmee ronden we echt het rondje aangezien we vandaar begonnen 4 jaar geleden. Als alles goed loopt willen we daar de mast van Antares halen en via de kanalen naar Nederland reizen. We steken eigenlijk wel iets te diep met Antares maar gelukkig is het modder waar we dan in vast komen te zitten en geen koraal.
Astrid
posted on 20 May 09 @ 13:45 back to news